Gebroken hand

Metacarpale fracturen
Van een gebroken hand wordt gesproken als één of meerdere middenhandsbeentjes (metacarpalia) gebroken zijn.
Het middenhandsbeentje van de duim heeft een bijzondere beweeglijkheid en vraagt daarom extra aandacht (zie ook gebroken duimbasis).
Door de verbindingen met elkaar en de kleine handspieren is er een relatieve stabiliteit van de middenhandsbeentjes. Eenvoudige breuken waarbij geen gewricht betrokken is kunnen met een korte gipsperiode en goede oefeninstructies behandeld worden. Meervoudige of instabiele breuken en vooral breuken waarbij een verkorting of verdraaiing van een vinger optreedt moeten intensiever behandeld worden om een goede handfunctie te behouden na herstel.

Diagnose

MC# DIG4 ROTATIEFOUTKlachten
Pijn, zwelling en soms scheefstand van een vinger na een ongeval zijn het meest opvallend. Het is hierdoor moeilijk of te pijnlijk om een vuist te maken.

Oorzaak
Een harde klap op de hand of een krachtige vuistslag (bokser’s breuk) zijn de meest typische letsels, maar uiteraard kan elke ongelukkige val een breuk van de middenhandsbeentjes veroorzaken.

Diagnose
Een gebroken hand is goed te zien op een rontgenfoto. Bij de beoordeling is de stand van de vingers heel belangrijk. Het is belangrijk om in kaart te brengen hoe de breuk verloopt, of en hoe de botdelen verplaatst zijn en vooral of er gewrichten in de breuk betrokken zijn. Soms kan het daarvoor nodig zijn aanvullende foto’s of zelfs een CT-scan te maken.

Behandeling

Een stabiele breuk zonder verplaatsing, verdraaiing of bijkomend letsel wordt altijd met gips behandeld. Sommige breuken van de hand kunnen zelfs met een spalk of drukverband behandeld worden.
Het voornaamste risico van een breuk in de hand is een verdraaiing of verkorting van het middenhandsbeentje. Hierdoor wordt de handfunctie belemmerd. Bij verplaatsing van de botdelen kan in de acute situatie geprobeerd worden om de breuk in een goede stand te zetten. Dat wordt alleen gedaan als verwacht wordt dat de breuk daarna stabiel zal zijn en met gips behandeld kan worden.
Als de breuk niet goed gezet kan worden, als de vinger gedraaid staat of als er verdenking op een instabiele breuk is, zal met u overwogen worden om de breuk met een operatie in de juiste stand vast te zetten. Hierbij kunnen pennen, schroeven of een plaat gebruikt worden. In alle gevallen wordt er naar gestreefd om zoveel mogelijk een oefenstabiele situatie te bereiken. Direkt aansluitend wordt een oefenprogramma afgesproken.

Herstel na botbreuk
De periode in het gips wordt zo kort mogelijk gehouden. Afhankelijk van de breuk en de gekozen behandeling heeft u 3 tot 6 weken gips. Pas als de breuk goed genezen is mag u weer kracht gebruiken met de hand. Als de breuk goed stabiel is (met of zonder operatie) kan het bewegen snel beginnen en zal het herstel voorspoedig verlopen. Als het niet mogelijk blijkt de vinger te oefenen voordat de breuk genezen is, kan het herstel veel langer duren.

Te verwachten resultaat
De behandeling beoogt een optimale genezing van de breuk in een goede stand waardoor de hand en vingers weer pijnvrij en onbelemmerd kunnen bewegen. In welke mate dit bereikt kan worden hangt erg af van de ernst en de plaats van de breuk. Het te verwachten resultaat in uw situatie zal uitgebreid met u besproken worden. Het is belangrijk dat u goed op de hoogte bent van hetgeen u wel en niet mag doen met uw hand, hoe lang het allemaal gaat duren en wat er mis kan gaan. Het kan wenselijk zijn om voor de begeleiding van het herstel een handtherapeut in te schakelen.

Complicaties
Bij elke operatie kunnen complicaties optreden zoals een bloeding of een wondinfectie. Deze zijn zeldzaam. De belangrijkste complicaties zijn een verdraaiing of verkorting van het gebroken middenhandsbeentje. Als het functieverlies van de bijbehorende vinger en dus de hele hand hierdoor teveel beperkt wordt is een operatie nodig om dit te herstellen. Blijvende pijn in de hand is vooral een risico als er gewrichten bij de breuk betrokken zijn. Blijvende stijfheid kan optreden als er tevens letsel is van gewrichtsbanden of kleine handspieren. Enig verlies van knijpkracht is gebruikelijk maar mag de functionele inzetbaarheid van de hand niet beperken. Een andere complicatie is het te langzaam of zelfs onvoldoende vastgroeien van de breuk.
U wordt onder controle gehouden door de handchirurg totdat we er zeker van zijn dat uw genezing optimaal verloopt en er geen problemen meer kunnen optreden.