Gebroken pols

Distale radiusfractuur
In de onderarm zitten twee lange pijpbeenderen, de spaakbeen (radius) en de ellepijp (ulna). Het uiteinde van deze botten grenst aan het polsgewricht. Als er gesproken wordt van een gebroken pols, dan is er vrijwel altijd sprake van een breuk in het uiteinde van het spaakbeen (distale radiusfractuur). Soms kan ook het laatste stukje van de ellepijp breken.
Er is een grote variatie in ernst van gebroken polsen. Eenvoudige breuken zonder verplaatsing waar geen gewricht bij betrrokken is zullen zonder veel problemen genezen. Een verbrijzeling van het spaakbeen en/of ellepijp met breuken tot in de gewrichten en bijkomend bandletsel kunnen de polsfunctie blijvend verstoren.

Diagnose

Klachten
Pijn, zwelling en soms scheefstand van de pols na een ongeval zijn het meest opvallend. De pijn neemt toe bij bewegen of krachtzetten met de pols.

Oorzaak
Een val op de uitgestrekte hand is het meest typische letsel, maar uiteraard kan elke ongelukkige val op de pols een breuk veroorzaken.

Diagnose
Een gebroken pols is goed te zien op een rontgenfoto. Het is belangrijk om in kaart te brengen hoe de breuk verloopt, of de botdelen verplaatst zijn en vooral of er gewrichten in de breuk betrokken zijn. Soms kan het daarvoor nodig zijn om een aanvullende CT-scan te maken.

Behandeling

De behandeling
Een stabiele breuk zonder verplaatsing of bijkomend letsel wordt altijd met gips behandeld.
Bij verplaatsing van de botdelen kan in de acute situatie onder plaatselijke verdoving geprobeerd worden om de breuk in een goede stand te zetten. Dat wordt alleen gedaan als verwacht wordt dat de breuk daarna stabiel zal zijn en met gips behandeld kan worden.
Als de breuk niet goed gezet kan worden of als er verdenking op een instabiele breuk en/of bandletsel is, zal met u overwogen worden om de breuk met een operatie in de juiste stand vast te zetten. Hierbij kunnen pennen of een plaat met schroeven gebruikt worden.

Herstel na botbreuk
De periode in het gips wordt zo kort mogelijk gehouden. Afhankelijk van de breuk en de gekozen behandeling heeft u 3 tot 6 weken gips. Pas als de breuk goed genezen is mag u weer kracht gebruiken met de hand.

Te verwachten resultaat
De behandeling beoogt een optimale genezing van de breuk in een goede stand waardoor de pols weer pijnvrij en stabiel kan bewegen. In welke mate dit bereikt kan worden hangt erg af van de ernst en de plaats van de breuk. Het te verwachten resultaat in uw situatie zal uitgebreid met u besproken worden. Het is belangrijk dat u goed op de hoogte bent van hetgeen u wel en niet mag doen met uw pols, hoe lang het allemaal gaat duren en wat er mis kan gaan. Het kan wenselijk zijn om voor de begeleiding van het herstel een handtherapeut in te schakelen.

Complicaties
Bij elke operatie kunnen complicaties optreden zoals een bloeding of een wondinfectie. Deze zijn zeldzaam. De belangrijkste complicatie is een ernstige verstoring van het polsgewricht met blijvende pijn en bewegingsbeperking. Alsnog een operatie door de handchirurg kan dan nodig zijn. De meest voorkomende redenen hiervoor zijn:
- inzakking van het spaakbeen,
- het gewricht was betrokken bij de breuk,
- de breuk is niet in een goede stand genezen,
- een bijkomend bandletsel
Ook op de langere termijn kan vervroegde slijtage van de pols optreden. Enige bewegingsbeperking en verlies van knijpkracht is gebruikelijk maar mag de functionele inzetbaarheid van de hand niet beperken. U wordt onder controle gehouden door de handchirurg totdat we er zeker van zijn dat uw genezing optimaal verloopt en er geen problemen meer kunnen optreden.