Gebroken vinger

Phalanx fracturen
Van alle botbreuken komen gebroken vingers het meeste voor. Een breuk van een vingerkootje kan overduidelijk zijn door de pijn, het ongeval, zwelling en scheefstand van de vinger. Het kan onderdeel zijn van een ernstig letsel van de hand. Maar soms kan een botbreuk ook subtiel zijn en lijken op een kneuzing. Het is niet ongebruikelijk dat patiënten pas laat ontdekken dat ze een gebroken vinger hebben.

Het is heel belangrijk om een gebroken vinger serieus te nemen. Helaas komt het te vaak voor dat patiënten en dokters er vanuit gaan dat een gebroken vinger vanzelf wel weer goed komt met een paar weken rust. Een gebroken vinger kan gemakkelijk langdurige of zelfs blijvende stijfheid veroorzaken met een flinke functiebeperking. Als je pas dan hulp zoekt wordt het moeilijk om de vinger weer te repareren.

Diagnose

Klachten
Pijn en zwelling zijn het meest opvallend. Er kan ook een scheefstand bestaan, of een dik gewricht dat niet goed meer kan bewegen.

Oorzaak
De oorzaak van een botbreuk is vrijwel altijd een ongeval. In zeldzame gevallen kunnen botten spontaan breken, maar dan is er sprake van een aandoening die de kwaliteit van de botten ernstig heeft aangetast.
Meestal is er sprake van een harde klap tegen uw hand, maar ook een ongelukkig stootje tegen uw vingers of ergens plotseling achter blijven haken kan al een stukje botweefsel doen afbreken.

Diagnose
Op een paar röntgenfoto’s vanuit verschillende richtingen zijn vrijwel alle botbreuken goed te beoordelen. De handchirurg zal uw hand onderzoeken om de stand en stabiliteit te beoordelen, maar ook of er nog andere letsels behalve de botbreuk aanwezig zijn.

Behandeling

Een gebroken vinger heeft twee grote risico's. Het verkeerd vastgroeien van de breuk en vooral het vergroeien van de bewegende delen van de vinger met het bot en met elkaar. Het is daarom niet alleen belangrijk een goede stand van het gebroken bot te bereiken maar ook zo snel mogelijk een goede beweeglijkheid. Als de botbreuk niet stabiel genoeg is om te kunnen bewegen zal uw handchirurg direct een operatie adviseren. Als het kan doen we dat dezelfde dag nog, maar in ieder geval binnen een week.
Met een operatie wordt het gebroken kootje weer in haar anatomische stand gezet en gestabiliseerd met stalen pennetjes, schroefjes of een plaat met schroefjes. In alle gevallen wordt er naar gestreefd om zoveel mogelijk een oefenstabiele situatie te bereiken. Direkt aansluitend wordt een oefenprogramma afgesproken.

Herstel na botbreuk
Een botbreuk kan 3 tot 6 weken nodig hebben om stevig te genezen. Uitgebreide breuken met bijkomend letsel hebben nog meer tijd nodig. In deze periode heeft de botbreuk rust nodig. De pezen en gewrichten van de vinger moeten juist zoveel mogelijk in beweging blijven om niet te vergroeien en stijf te worden. Als de breuk goed stabiel is (met of zonder operatie) kan het bewegen snel beginnen en zal het herstel voorspoedig verlopen. Als het niet mogelijk blijkt de vinger te oefenen voordat de breuk genezen is, kan het herstel veel langer duren. De vinger moet in de juiste, rechte stand rust krijgen in een afneembare spalk als niet geoefend wordt.
In veel gevallen wordt de handtherapeut ingeschakeld om u te begeleiden in het herstelproces en het oefenen van de vinger. In sommige gevallen zijn aanvullende operaties nodig om de pezen en gewrichten weer beweeglijk te krijgen.

Te verwachten resultaat
Elke behandeling na een botbreuk beoogt een optimaal herstel van uw vinger- en handfunctie. In welke mate dit bereikt kan worden hangt erg af van de ernst en de plaats van de breuk. Langdurige zwelling en enigszins bewegingsbeperking is gebruikelijk maar mag de functionele inzetbaarheid van de vinger niet beperken. Het te verwachten resultaat in uw situatie zal uitgebreid met u besproken worden door de handchirurg.

Complicaties
Bij elke operatie kunnen complicaties optreden zoals een bloeding of een wondinfectie. In geval van botbreuken wordt vooral gelet op het ontstaan van een wondinfectie. Een rustige wondgenezing is belangrijk voor het herstel van de vingerfunctie. Beperkte doorbloeding van de vinger kan weefselversterf veroorzaken maar dit is zeldzaam. Ondanks goede begeleiding door de handtherapeut kunnen vingergewrichten langdurig of zelfs blijvend stijf blijven, zeker als er gewrichten betrokken zijn in de breuk. Een andere complicatie is het te langzaam of zelfs onvoldoende vastgroeien van de breuk. U wordt onder controle gehouden door de handchirurg totdat we er zeker van zijn dat uw genezing optimaal verloopt en er geen problemen meer kunnen optreden.