Buigpeesletsel

Flexorpeesletsel
Buig- (flexor)peesletsels van de hand en pols zijn veel voorkomende letsels die een grondige kennis vereisen van de complexe anatomie van de pezen in relatie met omliggende anatomie, de biomechanica en de mechanismes van peesgenezing.
Een peesletsel betekent dat het bijbehorende gewricht niet meer bewogen kan worden. Beweeglijkheid, kracht en balans gaan verloren. Vaak is er bijkomend letsel die mede het herstel van de hand beinvloeden.

Diagnose

Klachten
In de acute situatie valt op dat het gewricht dat bij de beschadigde pees hoort, niet meer goed bewogen kan worden. Soms is dit minder opvallend dan je zou denken en kan peesletsel zelfs gemist worden als de hand niet goed onderzocht wordt.

Oorzaak
Er zijn twee groepen peesletsels met elk hun eigen oorzaken:
1) Met wond: peesletsel door snij-, zaag- en scheurwonden. Deze zgn. "open" letsels komen het meeste voor.
2) Zonder wond: gescheurde of geknapte pezen (rupturen). "Gesloten" peesletsels ontstaan door een plotselinge ruk aan de krachtig gebogen vinger (Jersey finger) of peesrupturen in het kader van een bindweefselziekte of als complicatie van een eerdere operatie.

Diagnose
Het is belangrijk om te weten hoe de pees kapot is gegaan. Een doorgesneden pees is gemakkelijker te herstellen dan een doorgezaagde of gescheurde pees. Het is uiteraard heel belangrijk om goed te onderzoeken of er ook andere structuren beschadigd zijn (andere pezen, zenuwen, gewrichtskapsels, etc.). De handchirurg onderzoekt uw hand waarbij de diagnose direkt gesteld kan worden. Aanvullend onderzoek is in de regel niet nodig.

Behandeling

De behandeling
Buigpeesletsels genezen niet vanzelf. In alle gevallen is een operatie nodig om de uiteinden weer bij elkaar te brengen en te hechten. De operatietechniek die hierbij gebruikt wordt is mede afhankelijk van de aard van het letsel en eventuele bijkomende letsels. In ernstige gevallen is de pees niet meer te hechten en moet er een peesreconstructie of peestranspositie uitgevoerd worden met behulp van een andere pees.

Herstel na operatie
Na de operatie gaat u naar huis met uw hand in het gips en een mitella. Drie tot vijf dagen na de operatie krijgt u een afspraak om het gips te verwijderen. U krijgt een spalk waarmee de nabehandeling kan beginnen met specifieke instructies onder begeleiding van de handtherapeut.

De grootste uitdaging om tot volledig herstel van de handfunctie te komen is de periode van herstel na de operatie. Uiteraard hangt dit af van de ernst en het niveau van het letsel, bijkomende letsels en de operatietechniek.
Een pees heeft rust nodig om te genezen, maar moet bewegen om niet aan de omgeving vast te groeien. Deze paradox vereist een kundige nabehandeling door een ervaren handtherapeut. Teveel bewegen geeft een groot risico op breken van de peeshechtingen (ruptuur), te weinig bewegen geeft een groot risico op verklevingen en een slechte beweeglijkheid. Beide complicaties komen voor. Buigpeesletsels in de vingers hebben het grootste risico hierop.
Uw handchirurg en handtherapeut zullen de postoperatieve behandeling uitgebreid met u doornemen. Het herstel zal maandenlang duren.

Complicaties
Bij elke operatie kunnen complicaties optreden zoals een bloeding of wondinfectie. Deze complicaties komen echter zelden voor en kunnen vrijwel altijd goed behandeld worden. De belangrijkste complicaties na peesherstel zijn het breken van de peeshechtingen tijdens de nabehandeling of verklevingen van de pees met zijn omgeving met langdurige of blijvende bewegingsbeperking in de vingers. In sommige gevallen is het nodig om met een tweede operatie de verklevingen weer los te maken (zie pagina over "tenolyse"). U wordt onder controle gehouden door de handchirurg totdat we er zeker van zijn dat uw genezing optimaal verloopt en er geen problemen meer kunnen optreden.